Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    spreken

    werkwoord | Taalniveau: A1

    woorden uitspreken; een taal gebruiken in gesprek

    Voorbeeldzinnen met het woord spreken

    • "Ze spreekt drie talen: Nederlands, Engels en Frans."
    • "Spreek je ook Duits?"

    Synoniemen van spreken

    Idiomen

    • • Dat spreekt voor zich
    • • Spreken is zilver, zwijgen is goud

    Vervoeging van spreken

    Ik (nu) spreek
    Hij/zij (nu) spreekt
    Wij (nu) spreken
    Verleden tijd sprak
    Voltooid deelw. gesproken
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over spreken

    Wat betekent spreken?
    woorden uitspreken; een taal gebruiken in gesprek
    Op welk taalniveau hoort spreken?
    Het woord spreken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van spreken?
    Synoniemen van spreken zijn: praten, spreken, communiceren.
    Hoe vervoeg je spreken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je spreken als volgt: ik spreek, hij/zij spreekt, wij spreken.
    Wat is de verleden tijd van spreken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van spreken is: sprak.
    Wat is het voltooid deelwoord van spreken?
    Het voltooid deelwoord van spreken is: gesproken.
    Gebruik je hebben of zijn bij spreken?
    Bij spreken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter