Was dit nuttig?
hebben
werkwoord | Taalniveau: A1
bezitten of in het bezit zijn van iets
Voorbeeldzinnen met het woord hebben
- "Ik heb een nieuwe fiets."
- "Heb jij tijd om te helpen?"
Synoniemen van hebben
Idiomen
- • Ergens lak aan hebben
- • Het druk hebben
- • Iets voor elkaar hebben
Vervoeging van hebben
| Ik (nu) | heb |
| Hij/zij (nu) | heeft |
| Wij (nu) | hebben |
| Verleden tijd | had |
| Voltooid deelw. | gehad |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over hebben
- Wat betekent hebben?
- bezitten of in het bezit zijn van iets
- Op welk taalniveau hoort hebben?
- Het woord hebben hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van hebben?
- Synoniemen van hebben zijn: bezitten, beschikken over.
- Hoe vervoeg je hebben in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je hebben als volgt: ik heb, hij/zij heeft, wij hebben.
- Wat is de verleden tijd van hebben?
- De verleden tijd (enkelvoud) van hebben is: had.
- Wat is het voltooid deelwoord van hebben?
- Het voltooid deelwoord van hebben is: gehad.
- Gebruik je hebben of zijn bij hebben?
- Bij hebben gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij hebben
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen
komen
werkwoord
zich naar een plek begeven of ergens aankomen