Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Woorden met H

    dehaaizelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    grote roofvis met scherpe tanden in de zee

    dehaakzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    metalen of plastic krul om iets aan te hangen

    dehaakjeszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de leestekens die extra informatie of een toelichting omsluiten

    haalbaarbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    dat gerealiseerd kan worden; uitvoerbaar

    dehaanzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    mannelijke kip met een kam en sporen

    hethaarzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    Dunne draden die groeien op het hoofd

    dehaarbandzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    elastisch band om haar mee vast te zetten

    dehaarborstelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    borstel om haar mee te kammen en te stijlen

    dehaardzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een open stookplaats in een kamer waar hout of kolen worden verbrand voor warmte

    dehaardrogerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een apparaat om haar mee te drogen

    dehaarkamzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    een kammetje om het haar te kammen

    hethaarmaskerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een verzorgend masker voor het haar

    dehaarshampoozelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    een wasmiddel voor het haar

    dehaaszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    snel, groot knaagdier met lange oren dat in open velden leeft

    dehaastzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    het gevoel dat je snel moet handelen

    haastenwerkwoord| Taalniveau: A2

    snel bewegen of handelen

    haastigbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    met haast, snel en overhaast

    dehaatzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    sterk gevoel van afkeer en vijandelijkheid

    hethaatberichtzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    bericht met haatdragende of beledigende inhoud online

    hethabitatzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het natuurlijk leefgebied van een plant of dier

    hackenwerkwoord| Taalniveau: B1

    ongeautoriseerde toegang verkrijgen tot een computersysteem

    hethacktivismezelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het gebruiken van computerhacking als middel voor politiek activisme of protest

    dehagediszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    klein reptiel met vier poten en een lange staart

    dehagelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    neerslag in de vorm van ijskorrels

    hagelenwerkwoord| Taalniveau: A2

    het naar beneden vallen van hagel, kleine bollen ijs uit een wolk

    hethagelslagzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    kleine chocoladekorrels die op brood worden gegeten

    dehagelstormzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een storm waarbij grotere hagelkorrels vallen en schade kunnen aanrichten

    dehaikuzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    kort Japans gedicht van drie regels met vijf, zeven en vijf lettergrepen

    dehakzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    het verhoogde gedeelte onder de hiel van een schoen

    hakkenwerkwoord| Taalniveau: A2

    iets in kleine stukjes snijden met een mes of hakmes

    dehalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    entreeruimte van een huis

    halenwerkwoord| Taalniveau: A1

    iets oppakken en meenemen of brengen naar een bepaalde plek; ophalen

    halenwerkwoord| Taalniveau: B1(2)

    een doel, norm of resultaat bereiken of verwezenlijken

    halenwerkwoord| Taalniveau: B1(3)

    het niet redden, te laat komen of een trein of vlucht missen

    half-vrijstaandbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    gedeeltelijk verbonden aan een andere woning

    dehalfbroerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    broer met wie je één ouder deelt

    hethalfjaarzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een periode van zes maanden; de helft van een jaar

    halfjaarlijksbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    wat twee keer per jaar plaatsvindt

    hethalfjaarlijks programmazelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    plan voor sport en activiteiten over een periode van zes maanden

    dehalftijdzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    de pauze in het midden van een wedstrijd

    dehalftimezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het midden van een wedstrijd, de rustpauze

    hethalfuurzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een periode van dertig minuten; de helft van een uur

    dehalfzuszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    zus met wie je één ouder deelt

    hethallozelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    een groet waarmee je iemand begroet

    hethalloweenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    feest op 31 oktober waarbij mensen zich verkleden als spoken en monsters

    hallucinerenwerkwoord| Taalniveau: B2

    het verschijnsel waarbij een AI-model feitelijk onjuiste of verzonnen informatie genereert alsof het waar is

    dehalsbandstormvogelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    een stormvogel (Pterodroma hypoleuca) met een donkere halsbandtekening op de borst, broedend op eilanden in de Stille Oceaan

    dehalskettingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een ketting die om de hals wordt gedragen als sieraad

    dehalterzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een gewicht met handvat voor krachttraining

    halverwegebijwoord| Taalniveau: B1

    op het middelpunt van een traject of tijdsduur

    Pagina 1 van 10