Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Woorden met J

    jabijwoord| Taalniveau: A1

    bevestigend antwoord of instemming

    hetja-woordzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    bevestiging waarmee iemand instemt met het huwelijk

    hetjaarzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    Een periode van twaalf maanden of 365 dagen

    dejaarcycluszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    het geheel van terugkerende gebeurtenissen en periodes in een jaar

    hetjaargetijdezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een van de vier seizoenen van het jaar: lente, zomer, herfst of winter

    dejaarkalenderzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een overzicht van alle dagen, weken en maanden van een specifiek jaar, vaak met feestdagen

    jaarlijksbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    één keer per jaar terugkerend

    dejaaropgavezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    officieel document van de werkgever met het totale verdiende loon en ingehouden belasting over een jaar

    hetjaarplanzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    overzicht van doelen en activiteiten voor een jaar

    dejaarrekeningzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het jaarlijkse financieel overzicht van een onderneming met balans en winst-en-verliesrekening

    dejaarwisselingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de overgang van het oud naar het nieuwe jaar

    hetjachtzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    zeilvaartuig of motorboot voor recreatief gebruik

    jagenwerkwoord| Taalniveau: B1

    dieren achtervolgen om te vangen of te schieten; ook: snel achtervolgen

    dejagerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    iemand die op dieren jaagt voor vlees of sport

    dejaguarzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de op twee na grootste katachtige ter wereld (Panthera onca), herkenbaar aan rozetachtige vlekken, levend in Midden- en Zuid-Amerika

    jaloersbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    afgunstig op het bezit, succes of de eigenschappen van een ander

    dejaloeziezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    gevoel van afgunst op andermans bezit of succes

    dejamzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    zoet conserve van ingekookt fruit

    dejanuarizelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    De eerste maand van het jaar

    Japanzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    eilandstaat in Oost-Azië, bekend om zijn cultuur, technologie en keuken

    deJapannerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    iemand die de Japanse nationaliteit heeft of in Japan geboren is

    Japansbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A1

    afkomstig uit of betrekking hebbend op Japan

    dejaponzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    lange jurk voor vrouwen

    hetjargonzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    gespecialiseerde vakwoordenschat die gebruikt wordt binnen een bepaalde beroepsgroep

    jarigbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A1

    op de dag van zijn of haar verjaardag

    dejaszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is

    hetjasjezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een kort colbert of licht bovenkleed dat over een blouse of shirt gedragen wordt

    jattenwerkwoord| Taalniveau: A2

    stelen, diefstal plegen (informeel)

    jevoornaamwoord| Taalniveau: A1

    zwakke/informele vorm van het persoonlijk voornaamwoord jij

    dejeanszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    broek gemaakt van spijkerstof (denim)

    Jeffrey Epsteinzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    Amerikaanse financier en veroordeelde zedendelinquent die in 2019 overleed in federale hechtenis terwijl hij wachtte op berechting wegens sekshandel

    dejeugdzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    de periode van jong zijn

    dejeugdherinneringenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    herinneringen aan de kindertijd

    hetJeugdjournaalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    een nieuwsprogramma van de NOS dat speciaal gemaakt is voor kinderen en jongeren

    dejeugdsportzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    sportdeelname en -organisatie speciaal gericht op kinderen en jongeren

    dejeugdzorgzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    organisaties en hulp voor kinderen en jongeren in problemen

    dejeukzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    onaangename huidprikkel die de drang geeft om te krabben

    jijvoornaamwoord| Taalniveau: A1

    persoonlijk voornaamwoord voor de persoon die aangesproken wordt

    dejobcoachzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    begeleider die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunt bij het vinden en behouden van werk

    dejobrotatiezelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het wisselen van taken of functies binnen een organisatie

    dejodenhaatzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    intense haat of vijandigheid jegens Joden als bevolkingsgroep

    hetjoggenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    rustig hardlopen als recreatieve sport

    dejoggingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een rustig hardloopritme als sport

    dejokerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een speelkaart met een narr-figuur; ook: iemand die grappig is

    jokkenwerkwoord| Taalniveau: A2

    een kleine leugen vertellen

    jongbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A1

    weinig jaren oud; in het begin van de levensfase; niet oud

    dejongenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    een mannelijk kind of jongere; ook gebruikt als informele aanspreking

    hetjournaalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een dagelijks nieuwsprogramma; ook dagboek

    dejournalistzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    iemand die beroepsmatig nieuws verzamelt en verspreidt via media

    dejournalistiekzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het vak of beroep van het vergaren en publiceren van nieuws en informatie

    Pagina 1 van 2