Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Woorden met I

    iatrogeenbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B2

    veroorzaakt door medisch handelen of behandeling

    hetibanzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    internationaal rekeningnummer waarmee betalingen worden gedaan

    hetiberadikkopjezelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    een kleine zangvogel (Phylloscopus ibericus) van het Iberisch Schiereiland en Noordwest-Afrika, nauw verwant aan het tjiftjaf

    hetibuprofenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een veelgebruikt pijnstillend medicijn

    deickzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een plotseling gevoel van afkeer of afstand bij iemand waarvoor je interesse had

    iconischbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    zo kenmerkend of beeldbepalend dat het een symbool is geworden voor een tijdperk beweging of persoon

    heticoonzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    kleine afbeelding op een scherm die een bestand, app of functie vertegenwoordigt

    deid-kaartzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een identiteitskaart

    ideaalbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    volledig beantwoordend aan de wensen; het best denkbare

    idealistischbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B2

    geleid door hoge idealen en dromen, soms ten koste van realisme

    hetideezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    een gedachte, plan of inval die in iemands hoofd opkomt

    hetidentiteitsbewijszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    officieel document waarmee iemand zijn identiteit kan aantonen

    deidentiteitskaartzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    officieel document dat je identiteit bewijst

    IDFzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    Israel Defense Forces: de strijdkrachten van Israël, bestaande uit landmacht, marine en luchtmacht

    hetidoolzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    iemand die als groot voorbeeld of held wordt bewonderd

    deIerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    inwoner of burger van de Republiek Ierland

    hetIerlandzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    eiland ten westen van Groot-Brittannie, verdeeld in de Republiek Ierland en Noord-Ierland

    Iersbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    behorend tot of afkomstig uit Ierland

    deiftarzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    maaltijd waarmee moslims de vastendag breken

    ijdelbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B2

    te veel met het eigen uiterlijk of de eigen prestaties bezig; overdreven trots op zichzelf

    hetijszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    bevroren water of ijsje om te eten

    hetijszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1(2)

    eetbaar snoepgoed van bevroren room of vruchtensap op een stokje of in een hoorntje

    deijsbaanzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    bevrozen of kunstmatig gekoelde baan om op te schaatsen

    deijsbergzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    groot stuk ijs dat drijft in de zee, waarvan het grootste deel onder water zit

    ijsblauwbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    een licht koud blauw dat doet denken aan ijs of bevroren water

    hetijschaatsenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    het rijden op schaatsen op ijs

    hetijshockeyzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    hockeyspel gespeeld op ijs

    deijskapzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een groot aaneengesloten gebied bedekt met dik ijs, zoals aan de Noord- of Zuidpool

    deijskastzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    kast om voedsel in te koelen

    ijskoudbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    extreem koud, bijna bevroren; ook figuurlijk afstandelijk of onverschillig

    deijsregenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    neerslag in de vorm van druppels die direct bevriezen bij contact met koude oppervlakken

    hetijsschildzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een enorme massa ijs die een aaneengesloten landmassa of oceaangebied bedekt, met name aan de polen

    deijsschotszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een groot, drijvend stuk ijs

    deijsstroomzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een langzaam bewegende massa ijs in een bergdal

    deijverzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    grote inzet en enthousiasme waarmee iemand een taak of studie aanpakt

    ijverigbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    hard werkend en toegewijd; met veel inzet en volharding bezig

    deijzelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    bevroren regen die gladde wegen veroorzaakt

    deijzerszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    schaatsen, de metalen bladen waarmee je schaatst

    ikvoornaamwoord| Taalniveau: A1

    persoonlijk voornaamwoord voor de spreker zelf

    deikebanazelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    Japanse kunst van het bloemschikken op basis van harmonie, balans en leegte

    hetikigaizelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    Japans levensconcept dat staat voor de reden van bestaan, het persoonlijke doel dat iemand elke ochtend motiveert op te staan

    deillustratiezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    tekening, schilderij of afbeelding die een tekst verduidelijkt of aanvult

    deillustratiebeeldenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    aanvullende videobeelden die de inhoud van een video visueel ondersteunen

    deimkerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    iemand die bijen houdt en verzorgt voor de productie van honing

    deimmigrantzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    persoon die vanuit een ander land naar een nieuw land is verhuisd om er te wonen of te werken

    deimmuniteitzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    weerstand van het lichaam tegen infecties door ziekteverwekkers

    deimmunologiezelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    wetenschap die het afweersysteem bestudeert

    hetimmuunsysteemzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het geheel van organen en cellen dat het lichaam beschermt tegen ziekteverwekkers

    deimpactzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de invloed of het effect dat iets of iemand heeft op iets of iemand anders

    deimperatiefzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    de grammaticale aanduiding voor de gebiedende wijs van een werkwoord

    Pagina 1 van 7