Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Woorden met U

    deudonzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    dikke, zachte Japanse tarwenoodles die warm worden gegeten in een bouillon

    deuizelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    bol met scherpe smaak, gebruikt bij het koken

    deuilzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    nachtelijke roofvogel met grote ogen en stille vlucht

    uitvoorzetsel| Taalniveau: A1

    geeft beweging vanuit iets aan, of herkomst

    uitbrekenwerkwoord| Taalniveau: B1

    plotseling beginnen (vooral van onweer); losbreken

    uitbundigbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B2

    vol energie en overvloedige vreugde

    uitcheckenwerkwoord| Taalniveau: A2

    een verblijf of rit officieel beëindigen door af te melden

    uitdagendbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    moeilijk maar stimulerend, vraagt om inzet

    deuitdagerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    sporter of team dat de huidige titelhouder of kampioen probeert te verslaan om de titel over te nemen

    deuitdagingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    iets moeilijks dat iemand vraagt zijn uiterste best te doen

    deuitdiensttredingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het moment waarop iemand formeel uit dienst treedt

    uitdoenwerkwoord| Taalniveau: A1

    kleding uittrekken; ook: iets uitzetten

    uitdossenwerkwoord| Taalniveau: B2

    iemand of zichzelf feestelijk of overdreven kleden

    deuitdrukkingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    het uiten van een gevoel of gedachte

    deuitdrukkingsvaardigheidzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het vermogen om gedachten en gevoelens helder en vloeiend in taal te uiten

    uitenwerkwoord| Taalniveau: B2

    gevoelens of gedachten kenbaar maken

    hetuiterlijkzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    het visuele voorkomen van een persoon, personage of voorwerp

    uitgaanwerkwoord| Taalniveau: A2

    de deur uit gaan voor vermaak of sociale activiteiten

    deuitgangzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    deur of opening om een gebouw te verlaten

    deuitgavezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een bedrag dat je uitgeeft

    deuitgavenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het geld dat iemand uitgeeft aan producten of diensten

    uitgelatenbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B2

    erg vrolijk en vrij van zorgen

    uitgeputbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    heel erg moe, geen energie meer

    uithardenwerkwoord| Taalniveau: B2

    volledig stollen of verharden tot de definitieve, vaste toestand

    hetuithoudingsvermogenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het vermogen om langdurige lichamelijke inspanning vol te houden

    uithuwelijkenwerkwoord| Taalniveau: C1

    een kind (vaak een dochter) aan iemand ten huwelijk geven

    hetuitjezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    kleine uitstap of recreatieve activiteit

    deuitkeringzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    periodieke betaling van de overheid aan iemand die geen of weinig inkomen heeft

    deuitkijkpostzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een hoge plek om ver mee te kunnen kijken

    uitkomenwerkwoord| Taalniveau: A2

    ergens vandaan zijn; ook: kloppen of uitlopen

    deuitkomstzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het resultaat of het eindresultaat van een proces of berekening

    deuitlaatzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    pijp die verbrandingsgassen afvoert van de motor

    deuitlaatpijpzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    pijp waaruit uitlaatgassen de auto verlaten

    deuitlegzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een mondelinge of schriftelijke toelichting die iets duidelijker maakt

    deuitlegbaarheidzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    de eigenschap van een AI-systeem waarbij de beslissingen begrijpelijk en transparant zijn

    uitleggenwerkwoord| Taalniveau: A2

    iets duidelijk maken door te beschrijven of voor te doen

    uitlijnenwerkwoord| Taalniveau: B1

    het printbed of de extruder nauwkeurig afstellen zodat de print correct verloopt

    uitloggenwerkwoord| Taalniveau: A2

    een sessie beëindigen door af te melden bij een systeem

    deuitloopzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    vertraging bij de aankomst of het vertrek van een voertuig

    uitnodigenwerkwoord| Taalniveau: B1

    iemand verzoeken ergens aanwezig te zijn

    deuitnodigingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    formeel verzoek om ergens aanwezig te zijn

    uitpakkenwerkwoord| Taalniveau: A2

    cadeaupapier van een cadeau verwijderen

    deuitputtingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    toestand van totale lichamelijke of geestelijke vermoeidheid door overbelasting

    deuitritzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    afrit van een snelweg of parkeerterrein

    uitroeienwerkwoord| Taalniveau: B2

    een soort of groep volledig vernietigen of laten verdwijnen

    deuitroepzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een korte, spontane uiting die een gevoel of reactie uitdrukt

    hetuitroeptekenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    het leesteken ! dat een uitroep, bevel of sterke nadruk aangeeft

    uitrollenwerkwoord| Taalniveau: A2

    deeg of een andere massa vlak uitspreiden met een deegroller of andere hulpmiddelen

    uitrustenwerkwoord| Taalniveau: A2

    rust nemen na inspanning

    deuitrustingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    geheel van kleding en materialen die een sporter nodig heeft

    Pagina 1 van 3