Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Woorden met T

    hett-shirtzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    Licht katoenen shirt met korte mouwen en een ronde hals

    detaakzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een concrete activiteit of opdracht die iemand moet uitvoeren, al dan niet binnen een bepaalde tijdslimiet

    detaakdelegatiezelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het overdragen van taken aan anderen

    detaakomschrijvingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    beschrijving van wat je in je functie moet doen

    detaakstrafzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een straf waarbij de veroordeelde onbetaalde gemeenschapsdienst moet verrichten

    detaakverdelingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    de verdeling van taken en verantwoordelijkheden binnen een team of organisatie

    detaalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    systeem van woorden en regels waarmee mensen met elkaar communiceren

    detaalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2(2)

    de manier of stijl waarop iemand zich uitdrukt; de kracht van uitdrukking

    hettaalbadzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    leeromgeving waarbij een taal uitsluitend in de doeltaal aangeboden wordt

    detaalbarrierezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    communicatieproblemen als gevolg van het spreken van verschillende talen

    detaalbeheersingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    de mate waarin iemand een taal beheerst op het gebied van spreken, luisteren, lezen en schrijven

    detaalbuddyzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een vrijwilliger die samen met een anderstalige de taal oefent in informele setting

    hettaalcafezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een informele bijeenkomst waar mensen samenkomen om een taal te oefenen

    detaalcoachzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een persoon die iemand individueel begeleidt bij het leren van een taal

    detaalcorrectiezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het opsporen en verbeteren van taalfouten in een tekst

    detaalcursuszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een cursus waarbij je een taal leert, vaak in een groep met een docent

    detaaldrempelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een belemmering die iemand ervaart bij het gebruik van een nieuwe taal, vaak door onzekerheid of gebrek aan kennis

    detaaleiszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    de minimale taalbeheersingsnorm die door een werkgever, school of overheid wordt gesteld als voorwaarde voor toelating of aanstelling

    hettaalexamenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een officieel examen om te bepalen of iemand een taal voldoende beheerst

    hettaalgebruikzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    de manier waarop iemand of een groep de taal hanteert in spreek- of schrijfsituaties

    hettaalhuiszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een laagdrempelige plek in de wijk waar mensen met taal kunnen worden geholpen

    detaalintegratiezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het proces waarbij een nieuwkomer door taalverwerving beter kan deelnemen aan de samenleving

    detaalkundigezelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    wetenschapper die taal bestudeert en analyseert

    detaalleszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    les gericht op het leren van een taal

    hettaalmaatjezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een vrijwilliger of partner die met iemand oefent in de nieuwe taal, vaak informeel

    hettaalmodelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een AI-systeem dat is getraind op grote hoeveelheden tekst om taal te begrijpen en te genereren

    hettaalniveauzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de mate van beheersing van een taal, uitgedrukt in een internationaal erkende schaal zoals CEFR (A1 tot C2)

    detaalnormzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een vastgestelde of algemeen aanvaarde standaard voor correct taalgebruik

    detaalondersteuningzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    hulp die iemand krijgt bij het leren of verbeteren van een taal

    detaalpartnerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een persoon waarmee je samen een taal oefent, vaak wederzijds

    detaalpolitiekzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het beleid van overheden of organisaties ten aanzien van het gebruik en de status van talen

    hettaalportfoliozelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    een persoonlijk document of digitaal dossier waarin een taalleerder zijn taalvaardigheden, behaalde certificaten en leerproces bijhoudt

    hettaalprofielzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een beschrijving van iemands sterke en zwakke punten in een taal

    detaalregelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een afspraak of wet die aangeeft hoe woorden en zinnen in een taal gevormd moeten worden

    detaalroutezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een specifiek leertraject afgestemd op het taalniveau en de doelen van een leerder

    detaalschoolzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    onderwijsinstelling die speciaal gericht is op het aanleren van talen, zoals NT2-onderwijs voor nieuwkomers

    detaalstagezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    verblijf in een ander land om een vreemde taal te oefenen

    detaaltestzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een korte test om het taalniveau van iemand te bepalen

    detaaltoetszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    toets die taalvaardigheid beoordeelt in lezen, schrijven of spreken

    detaaltrainingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een intensieve cursus of traject gericht op het verbeteren van taalvaardigheden

    detaalvaardigheidzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het vermogen om een taal te gebruiken, zowel mondeling als schriftelijk

    detaalvaardigheidstestzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een formele toets die het niveau van beheersing van een taal meet op een of meerdere vaardigheden zoals lezen, schrijven, luisteren en spreken

    detaalverwerkingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    technologie die computers in staat stelt menselijke taal te begrijpen en te verwerken

    detaalverwervingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het proces waarbij een taal geleerd wordt, bewust of onbewust

    detaartzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    zoet gebak van deeg met vulling en decoratie

    detaartbodemzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    de onderkant van een taart gemaakt van deeg of koekjes waarop de vulling wordt gelegd

    detaartpuntzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    driehoekig stuk taart

    hettabbladzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    afzonderlijk gedeelte in een browser of applicatie voor meerdere pagina's tegelijk

    detabelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    Overzicht van gegevens in rijen en kolommen.

    detabletzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    platte draagbare computer met touchscreen

    Pagina 1 van 13