Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Woorden met F

    defaalangstzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    angst om te mislukken bij een taak of prestatie

    defabelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een kort verhaal, vaak met dieren, dat een morele les bevat

    defabricagezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    het industriele proces van het vervaardigen van goederen in grote hoeveelheden

    defabrikantzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een bedrijf of persoon die iets maakt of produceert

    hetfacebookzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    sociaalnetwerksite voor het delen van berichten en foto's

    defacecamzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een kleine camera gericht op het gezicht van een creator, zichtbaar in een hoek van het beeld

    hetfacetzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een afzonderlijk aspect of onderdeel van een groter geheel

    faciliterenwerkwoord| Taalniveau: C1

    iets mogelijk maken of ondersteunen

    defactorzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een omstandigheid of element dat bijdraagt aan een uitkomst of situatie

    defactureringzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    het proces van het opmaken en versturen van facturen

    defactuurzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    officieel document met een overzicht van geleverde producten of diensten en het te betalen bedrag

    facultatiefbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B2

    optioneel; niet verplicht

    defaculteitzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het product van alle positieve gehele getallen van 1 tot en met een gegeven getal, genoteerd als n!

    defagotzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een houtblaasinstrument met een diepe toon, gebruikt in orkesten

    faillietbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    niet meer in staat om schulden te voldoen en daardoor juridisch insolvent verklaard door de rechter

    hetfaillissementzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    juridische toestand waarbij een persoon of bedrijf zijn schulden niet meer kan betalen

    falenwerkwoord| Taalniveau: B1

    er niet in slagen een doel of verwachting te bereiken

    familiaalbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: C1

    betrekking hebbend op de familie als geheel

    defamiliaire sfeerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    prettige en vertrouwde atmosfeer als in een familie

    defamiliezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    Alle mensen die aan elkaar verwant zijn door bloed of huwelijk

    defamilieavondzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    avond die het gezin samen doorbrengt

    defamiliebandzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de verbinding of relatie binnen een familie

    hetfamiliebedrijfzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    bedrijf dat eigendom is van en gerund wordt door een familie

    defamiliebegeleidingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    professionele ondersteuning voor een gezin in nood

    defamiliebijeenkomstzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    bijeenkomst van familieleden

    defamiliebindingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de sterke band tussen familieleden

    hetfamiliedinerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    gezamenlijk diner met de familie

    hetfamiliefeestzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    feest dat door de familie gezamenlijk wordt gevierd

    defamiliefotozelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    foto waarop de hele familie staat

    defamiliegeschiedeniszelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    de geschiedenis en achtergrond van een familie

    hetfamiliegesprekzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    gesprek waarbij meerdere familieleden aanwezig zijn

    defamiliegroepsappzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    berichtengroep van familieleden

    hetfamiliehuiszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    woning die van oudsher in een familie is

    hetfamiliekapitaalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    bezittingen die binnen een familie worden doorgegeven

    defamilieledenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    de personen die tot de familie behoren

    hetfamilielidzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    iemand die tot dezelfde familie behoort

    hetfamilienetwerkzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het geheel van familierelaties en contacten

    defamilieraadzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    bijeenkomst van familieleden om te overleggen

    hetfamilierechtzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    rechtsgebied over huwelijk, scheiding en kinderen

    defamiliereuniezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    bijeenkomst van familieleden na langere tijd

    defamiliereüniezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    bijeenkomst van familieleden die elkaar niet vaak zien

    defamiliestichtingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    stichting opgericht door een familie voor goede doelen of beheer

    defamilietaalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de taal die binnen een familie gesproken wordt

    defamiliewaardenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    de waarden en normen die binnen een familie worden doorgegeven

    defamiliezorgzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de zorg die familieleden voor elkaar opnemen

    fanatiekbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    met grote toewijding of ijver bezig met iets

    defanclubzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een officieuze of georganiseerde groep enthousiastelingen van een sporter of ploeg

    defanszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    toegewijde toeschouwers of supporters van een team of sporter

    defantasiezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    het vermogen om dingen te bedenken die niet werkelijk bestaan; de verbeeldingskracht

    fantasievolbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    rijk aan fantasie en verbeeldingskracht; creatief en origineel

    Pagina 1 van 6