Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Woorden met A

    deaalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een slangvormige vis die in zoet en zout water leeft

    deaanbetalingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het bedrag dat vooraf wordt betaald als deel van de totale koopprijs

    aanbevelenwerkwoord| Taalniveau: B1

    iemand of iets positief aanraden bij anderen

    deaanbevelingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een positieve beoordeling van iemand door een ander

    hetaanbevolenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    content die door een platform wordt voorgesteld op basis van je gedrag

    aanbiedenwerkwoord| Taalniveau: A2

    iets beschikbaar stellen aan iemand

    deaanbiedingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    product dat tijdelijk goedkoper is

    hetaanbodzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de hoeveelheid goederen of diensten die op de markt beschikbaar wordt gesteld

    deaanbouwzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    uitbreiding aan een bestaand gebouw

    aanbouwenwerkwoord| Taalniveau: B1

    een extra ruimte aan een bestaand gebouw toevoegen

    aanbradenwerkwoord| Taalniveau: B1

    vlees of vis snel van buitenkant rondom bruin bakken op hoog vuur om smaak en kleur te geven

    aanbrekenwerkwoord| Taalniveau: B1

    beginnen; aanvangen; het eerste licht van de dag verschijnen

    deaandachtzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de geestelijke aanwezigheid en focus op iets

    deaandachtsstoorniszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een stoornis waarbij het moeilijk is om de aandacht vast te houden

    hetaandachtstekortzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    het onvermogen om de aandacht langere tijd op een taak gericht te houden

    hetaandeelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    bewijs van deelneming in het kapitaal van een naamloze of besloten vennootschap, verhandelbaar op de beurs

    deaandeelhouderzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    iemand die aandelen bezit in een bedrijf

    deaandelenbeurszelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    markt waar aandelen van bedrijven gekocht en verkocht worden

    hetaandenkenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    souvenir of herinnering aan een bijzondere gebeurtenis

    deaandoeningzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    ziekte of lichamelijke afwijking die behandeling of controle vereist

    aandringenwerkwoord| Taalniveau: B1

    sterk vragen of aanhouden om iets gedaan te krijgen

    deaanfluitingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    iets dat belachelijk, beschamend of totaal ontoereikend is

    aangenaambijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A1

    prettig en fijn

    aangetastbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    beschadigd of rot van kwaliteit door bederf

    deaangiftezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het officieel opgeven van inkomen of andere informatie aan de Belastingdienst

    aanhalenwerkwoord| Taalniveau: B2

    een tekst of iemands woorden letterlijk weergeven

    deaanhalingstekenszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    de leestekens die worden gebruikt om een citaat of directe rede aan te geven

    deaanhangzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    de trouwe groep volgers of supporters van een team

    deaanhangwagenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    voertuig dat wordt meegesleurd achter een auto of vrachtwagen

    aanhoudendbijwoord| Taalniveau: B2

    zonder onderbreking voortgaand, onophoudelijk

    deaanhoudingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het arresteren en vasthouden van een verdachte door de politie na een misdrijf

    deaanklachtzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    formele beschuldiging door het openbaar ministerie of justitie dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd

    aanklagenwerkwoord| Taalniveau: B1

    iemand officieel beschuldigen van een strafbaar feit bij de rechter

    deaanklagerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    jurist die namens de staat een verdachte vervolgt voor de rechtbank

    aankledenwerkwoord| Taalniveau: A1

    kleren aantrekken, zich aankleden

    aanklikkenwerkwoord| Taalniveau: A1

    op een element op het scherm klikken

    aankomenwerkwoord| Taalniveau: A1

    ergens arriveren na een reis of verplaatsing

    deaankomstzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    het moment van arriveren op een bestemming

    hetaankomstgebiedzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    ruimte in een luchthaven waar aankomende passagiers worden verwelkomd

    deaankomsthalzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    ruimte op de luchthaven waar aankomende passagiers worden ontvangen

    deaankondigingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een officiële of openbare mededeling

    deaankoopzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    iets wat gekocht is, of de handeling van het kopen

    deaanlegplaatszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een plek waar schepen kunnen aanmeren

    deaanlegsteigerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    platform voor het aanmeren van boten

    deaanleidingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de reden of oorzaak die tot iets leidt; het beginpunt van een actie

    deaanloopzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een voorbereidende fase of het begin van iets

    deaanmaningzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    een officieel verzoek om een achterstallige betaling te voldoen

    deaanmelddatumzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    datum waarop men zich moet aanmelden voor een opleiding

    aanmeldenwerkwoord| Taalniveau: A2

    zich officieel registreren voor een cursus, dienst, examen of systeem; ook: inloggen op een digitale omgeving

    deaanmeldingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    de officiële inschrijving voor een functie of opleiding

    Pagina 1 van 14