Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Woorden met N

    denaadzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    de plek waar twee stukken stof aan elkaar genaaid zijn

    naaienwerkwoord| Taalniveau: B1

    stukken stof met een naald en draad aan elkaar bevestigen

    denaaimachinezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    machine om mee te naaien

    hetnaaitoestelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een naaimachine om kleding mee te naaien

    naaktbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    naakt zijn, geen kleren dragen; onbedekt

    denaaldzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    scherp instrument om mee te naaien

    denaaldboomzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een boom met naalden in plaats van bladeren

    hetnaambordjezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    bordje aan de deur of brievenbus met de naam

    denaamgenootzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    iemand met dezelfde naam

    naamgevenwerkwoord| Taalniveau: B1

    een naam aan een kind geven

    denaamsveranderingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    formele wijziging van de achternaam na het huwelijk

    hetnaamwoordzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een woord dat een persoon, dier, voorwerp of begrip benoemt; zelfstandig naamwoord

    hetnaanzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    plat Indiaas brood gebakken in een tandooroven

    naarvoorzetsel| Taalniveau: A1

    geeft een richting of bestemming aan

    naartoebijwoord| Taalniveau: A1

    in de richting van een bestemming

    naastvoorzetsel| Taalniveau: A1

    geeft een positie aan die zich direct links of rechts van iets bevindt

    denabehandelingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    zorg die na een operatie of behandeling wordt gegeven

    denabestaandezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    familielid van een overledene

    nabewerkenwerkwoord| Taalniveau: B1

    een geprint object na het printen verder afwerken door schuren, verven, schoonmaken of lijmen

    nabewerkingenwerkwoord| Taalniveau: C1

    bewerkingen uitvoeren op een geprint object om het te verbeteren of te finishen

    nabijbijwoord| Taalniveau: A1

    dicht bij, in de buurt

    denabijheidzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de toestand van dichtbij zijn of de ruimtelijke nabijheid van iets of iemand

    denachtzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    het donkere deel van het etmaal

    nachtblauwbijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    een zeer donkerblauwe kleur die doet denken aan de kleur van een heldere nachthemel

    denachtbrakerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    iemand die gewoonlijk tot diep in de nacht opblijft

    denachtbuszelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    bus die in de nacht rijdt na het normale openbaar vervoer

    denachtclubzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    een club die 's nachts open is voor entertainment en dansen

    denachtdienstzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een werktijd die geheel of grotendeels in de nacht valt

    hetnachtkastjezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    klein kastje naast het bed

    denachtkledingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    kleding die je draagt tijdens het slapen

    hetnachtlampjezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    klein lampje dat 's nachts zacht licht geeft

    hetnachtlevenzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    de sociale en entertainmentactiviteiten die na zonsondergang plaatsvinden

    denachtlijnzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    buslijn die 's nachts rijdt

    denachtmerriezelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een nare droom

    denachtploegzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    de groep medewerkers die tijdens de nacht werkt

    denachtrustzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    de slaapperiode gedurende de nacht die het lichaam herstel biedt

    denachttreinzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    trein die in de nacht rijdt, soms met slaapplaatsen

    denachtuilzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    iemand die van nature actief is in de nacht en laat naar bed gaat

    denachtverbindingzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    openbaar vervoerverbinding die 's nachts rijdt

    hetnachtvervoerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    openbaar vervoer dat 's nachts rijdt

    denachtvliegerzelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1

    een vleermuis of nachtinsect dat in het donker vliegt

    denachtvlinderzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1

    een vlinder die voornamelijk in het donker vliegt

    denachtzusterzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    verpleegkundige die de nachtdienst werkt in een zorginstelling

    hetnacrezelfstandig naamwoord| Taalniveau: B2

    de iriserende stof die de binnenkant van schelpen bedekt, ook parelmoer genaamd

    nadatvoegwoord| Taalniveau: A2

    na het moment dat

    hetnadeelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    een ongunstige eigenschap of omstandigheid; het tegengestelde van een voordeel

    nadenkenwerkwoord| Taalniveau: B2

    rustig en zorgvuldig over iets nadenken

    hetnadirzelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    het laagste punt aan de hemel, recht tegenover het zenit

    denagedachteniszelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1

    de herinnering die men aan een overledene bewaart

    denagelzelfstandig naamwoord| Taalniveau: A2

    harde bedekking op de top van een vinger of teen

    Pagina 1 van 6