Was dit nuttig?
zien
werkwoord | Taalniveau: A1
iets waarnemen met de ogen
Voorbeeldzinnen met het woord zien
- "Zie je die vogel in de boom?"
- "Hij zag zijn vriend aan de overkant van de straat."
Idiomen
- • Dat zie ik niet zitten
- • Iemand zien zitten
- • Zien is geloven
Vervoeging van zien
| Ik (nu) | zie |
| Hij/zij (nu) | ziet |
| Wij (nu) | zien |
| Verleden tijd | zag |
| Voltooid deelw. | gezien |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over zien
- Wat betekent zien?
- iets waarnemen met de ogen
- Op welk taalniveau hoort zien?
- Het woord zien hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zien?
- Synoniemen van zien zijn: waarnemen, bekijken, opmerken.
- Hoe vervoeg je zien in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je zien als volgt: ik zie, hij/zij ziet, wij zien.
- Wat is de verleden tijd van zien?
- De verleden tijd (enkelvoud) van zien is: zag.
- Wat is het voltooid deelwoord van zien?
- Het voltooid deelwoord van zien is: gezien.
- Gebruik je hebben of zijn bij zien?
- Bij zien gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zien
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen
komen
werkwoord
zich naar een plek begeven of ergens aankomen