Was dit nuttig?
zijn
werkwoord | Taalniveau: A1
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
Voorbeeldzinnen met het woord zijn
- "Ik ben blij dat je er bent."
- "Ze is verpleegkundige van beroep."
Synoniemen van zijn
Idiomen
- • Er zijn of niet zijn
- • Zo is het nu eenmaal
- • Dat is het hem
Vervoeging van zijn
| Ik (nu) | ben |
| Hij/zij (nu) | is |
| Wij (nu) | zijn |
| Verleden tijd | was |
| Voltooid deelw. | geweest |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over zijn
- Wat betekent zijn?
- bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
- Op welk taalniveau hoort zijn?
- Het woord zijn hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zijn?
- Synoniemen van zijn zijn: bestaan, zich bevinden.
- Hoe vervoeg je zijn in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je zijn als volgt: ik ben, hij/zij is, wij zijn.
- Wat is de verleden tijd van zijn?
- De verleden tijd (enkelvoud) van zijn is: was.
- Wat is het voltooid deelwoord van zijn?
- Het voltooid deelwoord van zijn is: geweest.
- Gebruik je hebben of zijn bij zijn?
- Bij zijn gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zijn
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen
komen
werkwoord
zich naar een plek begeven of ergens aankomen