Was dit nuttig?
geven
werkwoord | Taalniveau: A1
iets overdragen aan iemand anders
Voorbeeldzinnen met het woord geven
- "Ze geeft haar dochter een knuffel."
- "Hij gaf zijn collega een compliment."
Synoniemen van geven
Idiomen
- • Dat geeft niets
- • Iemand de hand geven
- • Niets om iets geven
Vervoeging van geven
| Ik (nu) | geef |
| Hij/zij (nu) | geeft |
| Wij (nu) | geven |
| Verleden tijd | gaf |
| Voltooid deelw. | gegeven |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over geven
- Wat betekent geven?
- iets overdragen aan iemand anders
- Op welk taalniveau hoort geven?
- Het woord geven hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van geven?
- Synoniemen van geven zijn: overhandigen, schenken, aanbieden.
- Hoe vervoeg je geven in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je geven als volgt: ik geef, hij/zij geeft, wij geven.
- Wat is de verleden tijd van geven?
- De verleden tijd (enkelvoud) van geven is: gaf.
- Wat is het voltooid deelwoord van geven?
- Het voltooid deelwoord van geven is: gegeven.
- Gebruik je hebben of zijn bij geven?
- Bij geven gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij geven
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen
komen
werkwoord
zich naar een plek begeven of ergens aankomen