Was dit nuttig?
komen
werkwoord | Taalniveau: A1
1werkwoord| Taalniveau: A1
zich naar een plek begeven of ergens aankomen
Voorbeeldzinnen met het woord komen
- "Ze komt om drie uur thuis."
- "Wanneer kom jij naar de vergadering?"
Idiomen
- • Ergens van afkomen
- • Er komt niets van
- • Dat komt goed
2werkwoord| Taalniveau: A2
zijn oorsprong of herkomst hebben; van een plek afstammen
Voorbeeldzinnen met het woord komen
- "Ze komt uit een kleine stad in Friesland en spreekt nog dialect."
- "Dit recept komt uit de Italiaanse keuken en is al generaties oud."
Idiomen
- • Ergens van afkomen
- • Er komt niets van
- • Dat komt goed
3werkwoord| Taalniveau: A2
een positieve afloop of oplossing aankondigen
Voorbeeldzinnen met het woord komen
- "Maak je geen zorgen, dat komt allemaal goed!"
- "Het project loopt achter maar met extra inzet komt het nog op tijd."
Idiomen
- • Ergens van afkomen
- • Er komt niets van
- • Dat komt goed
Vervoeging van komen
| Ik (nu) | kom |
| Hij/zij (nu) | komt |
| Wij (nu) | komen |
| Verleden tijd | kwam |
| Voltooid deelw. | gekomen |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over komen
- Wat betekent komen?
- zich naar een plek begeven of ergens aankomen
- Op welk taalniveau hoort komen?
- Het woord komen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van komen?
- Synoniemen van komen zijn: aankomen, arriveren.
- Hoe vervoeg je komen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je komen als volgt: ik kom, hij/zij komt, wij komen.
- Wat is de verleden tijd van komen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van komen is: kwam.
- Wat is het voltooid deelwoord van komen?
- Het voltooid deelwoord van komen is: gekomen.
- Gebruik je hebben of zijn bij komen?
- Bij komen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij komen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen