Was dit nuttig?
aankomen
werkwoord | Taalniveau: A1
ergens arriveren na een reis of verplaatsing
Voorbeeldzinnen met het woord aankomen
- "De trein komt om tien uur aan op Amsterdam Centraal."
- "Ze kwamen laat aan door de file."
Idiomen
- • Er aan komen
- • Aankomen als een bus
Vervoeging van aankomen
| Ik (nu) | kom |
| Hij/zij (nu) | komt |
| Wij (nu) | komen |
| Verleden tijd | aankwam |
| Voltooid deelw. | aangekomen |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over aankomen
- Wat betekent aankomen?
- ergens arriveren na een reis of verplaatsing
- Op welk taalniveau hoort aankomen?
- Het woord aankomen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van aankomen?
- Synoniemen van aankomen zijn: arriveren, arankomen.
- Hoe vervoeg je aankomen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je aankomen als volgt: ik kom, hij/zij komt, wij komen.
- Wat is de verleden tijd van aankomen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van aankomen is: aankwam.
- Wat is het voltooid deelwoord van aankomen?
- Het voltooid deelwoord van aankomen is: aangekomen.
- Gebruik je hebben of zijn bij aankomen?
- Bij aankomen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij aankomen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen