Was dit nuttig?
bezitten
werkwoord | Taalniveau: A1
eigenaar zijn van iets
Voorbeeldzinnen met het woord bezitten
- "Hij bezit een groot huis aan de rand van de stad."
- "Ze bezit een waardevolle kunstcollectie."
Synoniemen van bezitten
Idiomen
- • iets in zijn bezit hebben
- • de sleutel in handen hebben
Vervoeging van bezitten
| Ik (nu) | ik bezit |
| Hij/zij (nu) | hij bezit |
| Wij (nu) | wij bezitten |
| Verleden tijd | bezat |
| Voltooid deelw. | bezeten |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over bezitten
- Wat betekent bezitten?
- eigenaar zijn van iets
- Op welk taalniveau hoort bezitten?
- Het woord bezitten hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bezitten?
- Synoniemen van bezitten zijn: hebben, in bezit hebben.
- Hoe vervoeg je bezitten in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je bezitten als volgt: ik ik bezit, hij/zij hij bezit, wij wij bezitten.
- Wat is de verleden tijd van bezitten?
- De verleden tijd (enkelvoud) van bezitten is: bezat.
- Wat is het voltooid deelwoord van bezitten?
- Het voltooid deelwoord van bezitten is: bezeten.
- Gebruik je hebben of zijn bij bezitten?
- Bij bezitten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bezitten
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen