Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hechten

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een wond sluiten met medisch draad of nieten

    Voorbeeldzinnen met het woord hechten

    • "De arts moest de snijwond hechten."
    • "Ze werd gehecht na de operatie."

    Synoniemen van hechten

    Idiomen

    • • aan iets hechten

    Vervoeging van hechten

    Ik (nu) hecht
    Hij/zij (nu) hecht
    Wij (nu) hechten
    Verleden tijd hechtte
    Voltooid deelw. gehecht
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over hechten

    Wat betekent hechten?
    een wond sluiten met medisch draad of nieten
    Op welk taalniveau hoort hechten?
    Het woord hechten hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van hechten?
    Synoniemen van hechten zijn: dichtnaaien, naden leggen.
    Hoe vervoeg je hechten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je hechten als volgt: ik hecht, hij/zij hecht, wij hechten.
    Wat is de verleden tijd van hechten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van hechten is: hechtte.
    Wat is het voltooid deelwoord van hechten?
    Het voltooid deelwoord van hechten is: gehecht.
    Gebruik je hebben of zijn bij hechten?
    Bij hechten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter