Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    Kennen of weten: wat is het verschil?

    Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt

    Kennen of weten: wat is het verschil?

    Twee werkwoorden, allebei vertaald als to know in het Engels — maar in het Nederlands gebruik je ze in heel verschillende situaties. Wanneer zeg je kennen en wanneer zeg je weten? In dit artikel leggen we het duidelijk uit.

    De basisregel

    De kern van het verschil is eenvoudig:

    • Kennen gebruik je als je iemand of iets kent door ervaring of contact — een persoon, een stad, een gevoel, een liedje.

    • Weten gebruik je als je een feit of informatie kent — iets wat je kunt uitleggen of navertellen.

    Kennen

    Weten

    personen, plaatsen, dingen (bekendheid)

    feiten, informatie, antwoorden

    Ik ken Maria.

    Ik weet hoe ze heet.

    Ik ken Amsterdam goed.

    Ik weet waar Amsterdam ligt.

    Ken je dit liedje?

    Weet je de tekst?

    Kennen: vertrouwdheid met personen en dingen

    Gebruik kennen als je iets of iemand persoonlijk kent, als je er ervaring mee hebt of er vertrouwd mee bent. Na kennen staat altijd een zelfstandig naamwoord (of een persoonlijk voornaamwoord).

    Zin

    Uitleg

    Ik ken hem al jaren.

    persoon (vertrouwdheid)

    Ze kent Utrecht heel goed.

    stad (ervaring)

    Ken je dit boek?

    boek (bekendheid)

    Hij kent dat gevoel.

    abstracte ervaring

    We kennen elkaar van vroeger.

    wederzijdse bekendheid

    Weten: feiten en informatie

    Gebruik weten als je een feit kent of informatie hebt. Na weten staat vaak een bijzin met dat, waar, hoe, wanneer of wat. Je kunt ook weten + zelfstandig naamwoord gebruiken als het om informatie gaat.

    Zin

    Uitleg

    Ik weet dat hij ziek is.

    feit (dat-zin)

    Weet jij waar hij woont?

    informatie (vraagzin)

    Ze weet het antwoord.

    informatie (zelfstandig naamwoord)

    Ik weet niet hoe laat het is.

    ontbrekende informatie

    Weet je wanneer de trein vertrekt?

    feitelijke vraag

    Vergelijkende voorbeelden

    Kennen

    Weten

    Ik ken die dokter.

    Ik weet dat hij een goede dokter is.

    Ken jij dit restaurant?

    Weet jij of dit restaurant open is?

    Hij kent de regels.

    Hij weet wat de regels zijn.

    Ik ken haar naam niet.

    Ik weet haar naam niet.

    Let op: De laatste twee zinnen zijn allebei correct. Als het object een zelfstandig naamwoord is dat informatie beschrijft (zoals naam, adres, nummer), kun je soms zowel kennen als weten gebruiken — al is weten dan iets gebruikelijker.

    Veelgemaakte fouten

    NT2-leerders gebruiken kennen soms te veel, omdat het Engelse to know voor beide werkwoorden staat. Let op:

    • ❌ Ik ken dat hij werkt. → ✅ Ik weet dat hij werkt.

    • Ken je waar het station is? → ✅ Weet je waar het station is?

    • ❌ Ik ken het niet. → ✅ Ik weet het niet.

    De vaste uitdrukking "Ik weet het" (I know it / I know) verwijst altijd naar informatie. Gebruik hiervoor nooit kennen.

    Samenvatting

    Kennen

    Weten

    Na het werkwoord

    zelfstandig naamwoord (persoon/zaak)

    bijzin of informatienaamwoord

    Type kennis

    vertrouwdheid, ervaring

    feiten, informatie

    Engels

    to know (someone/something)

    to know (that/where/how...)

    Meer leren over werkwoorden die leerders verwarren? Lees ook onze taaltip over dan of als.

    Delen

    Meer interessante taaltips

    Ontdek woorden in het woordenboek

    Geschreven door Redactie hetwoordenboek.nl

    Laatst bijgewerkt: 27 maart 2026