Dan of als: wanneer gebruik je welk woord?
De meest gemaakte fout in het Nederlands uitgelegd, met duidelijke regels en voorbeelden
De woorden dan en als lijken op elkaar, maar je gebruikt ze in heel verschillende situaties. Voor NT2-leerders is dit een van de meest voorkomende struikelblokken in het Nederlands. In dit artikel leer je precies wanneer je dan of als schrijft, met duidelijke regels en veel voorbeelden.
De hoofdregel: dan of als?
De eenvoudigste manier om het verschil te onthouden:
|
Woord |
Wanneer? |
Voorbeeld |
|---|---|---|
|
dan |
Na een vergrotende trap (ongelijke vergelijking) |
Hij is groter dan ik. |
|
als |
Bij een gelijke vergelijking, voorwaarde of gewoonte |
Hij is zo groot als ik. |
Wanneer gebruik je "dan"?
Je gebruikt dan altijd na een comparatief. Een comparatief is de vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord. Je herkent een comparatief aan de uitgang -er: groter, sneller, mooier, goedkoper.
Voorbeeldzinnen met "dan"
-
Amsterdam is groter dan Utrecht.
-
De trein is sneller dan de bus.
-
Dit boek is moeilijker dan dat boek.
-
Ik slaap liever langer dan vroeg opstaan.
Let ook op de combinatie liever ... dan. Ook hier gebruik je altijd dan.
-
Ik eet liever groenten dan vlees.
-
Ze werkt liever thuis dan op kantoor.
Wanneer gebruik je "als"?
Je gebruikt als in drie verschillende situaties.
1. Bij een gelijke vergelijking
Als twee dingen gelijk zijn, gebruik je de constructie zo ... als of even ... als.
-
Hij is zo groot als zijn vader.
-
Ze loopt zo snel als haar zus.
-
Dit huis is even duur als dat huis.
2. Bij een voorwaarde
Gebruik als wanneer je een voorwaarde of conditie uitdrukt, dus: "in het geval dat...".
-
Als het regent, blijf ik thuis.
-
Bel me als je klaar bent.
-
Als je hard werkt, leer je snel Nederlands.
3. Bij een gewoonte of herhaling
Gebruik als voor iets wat regelmatig of gewoonlijk gebeurt.
-
Als ik wakker word, drink ik altijd koffie.
-
Als de kinderen thuiskomen, eten we samen.
Dan of als: het complete overzicht
|
Situatie |
Woord |
Voorbeeldzin |
|---|---|---|
|
Ongelijke vergelijking (comparatief) |
dan |
Koffie is lekkerder dan thee. |
|
Voorkeur (liever ...) |
dan |
Ik lees liever dan televisie kijken. |
|
Gelijke vergelijking (zo ... / even ...) |
als |
Ze is zo slim als haar broer. |
|
Voorwaarde / conditie |
als |
Als je oefent, word je beter. |
|
Gewoonte / herhaling |
als |
Als ik vrij ben, ga ik fietsen. |
Veelgemaakte fouten
Dit zijn de meest voorkomende fouten bij het gebruik van dan of als:
|
Fout |
Correct |
|---|---|
|
Hij is groter als ik. |
Hij is groter dan ik. |
|
Ze is zo groot dan haar moeder. |
Ze is zo groot als haar moeder. |
|
Ik ga mee dan jij belt. |
Ik ga mee als jij belt. |
Verder leren
Wil je meer oefenen met lastige woordkeuzes in het Nederlands? Bekijk dan ook deze taaltips:
Meer interessante taaltips
Ontdek woorden in het woordenboek
Geschreven door Redactie hetwoordenboek.nl
Laatst bijgewerkt: 27 maart 2026


