Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    communiceren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    informatie overdragen aan anderen

    Voorbeeldzinnen met het woord communiceren

    • "Ze communiceert duidelijk met haar team."
    • "Hij communiceert altijd schriftelijk."

    Idiomen

    • • op dezelfde golflengte zitten

    Vervoeging van communiceren

    Ik (nu) communiceer
    Hij/zij (nu) communiceert
    Wij (nu) communiceren
    Verleden tijd communiceerde
    Voltooid deelw. gecommuniceerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over communiceren

    Wat betekent communiceren?
    informatie overdragen aan anderen
    Op welk taalniveau hoort communiceren?
    Het woord communiceren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je communiceren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je communiceren als volgt: ik communiceer, hij/zij communiceert, wij communiceren.
    Wat is de verleden tijd van communiceren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van communiceren is: communiceerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van communiceren?
    Het voltooid deelwoord van communiceren is: gecommuniceerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij communiceren?
    Bij communiceren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter