Was dit nuttig?
springen
werkwoord | Taalniveau: A1
omhoog of vooruit bewegen door af te zetten met de benen
Voorbeeldzinnen met het woord springen
- "Ze springt over de sloot tijdens de cross."
- "De basketbalspeler springt hoog om de bal te pakken."
Synoniemen van springen
Idiomen
- • in het diepe springen
- • een gat in de lucht springen
Vervoeging van springen
| Ik (nu) | spring |
| Hij/zij (nu) | springt |
| Wij (nu) | springen |
| Verleden tijd | sprong |
| Voltooid deelw. | gesprongen |
| Hulpwerkwoord | is |
Veelgestelde vragen over springen
- Wat betekent springen?
- omhoog of vooruit bewegen door af te zetten met de benen
- Op welk taalniveau hoort springen?
- Het woord springen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van springen?
- Synoniemen van springen zijn: huppelen, omhooggaan.
- Hoe vervoeg je springen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je springen als volgt: ik spring, hij/zij springt, wij springen.
- Wat is de verleden tijd van springen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van springen is: sprong.
- Wat is het voltooid deelwoord van springen?
- Het voltooid deelwoord van springen is: gesprongen.
- Gebruik je hebben of zijn bij springen?
- Bij springen gebruik je het hulpwerkwoord "is".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij springen
kamperen
werkwoord
buiten overnachten in een tent of camper
hardlopen
werkwoord
snel lopen als sport of training
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…