Was dit nuttig?
hardlopen
werkwoord | Taalniveau: A1
snel lopen als sport of training
Voorbeeldzinnen met het woord hardlopen
- "Ze gaat elke ochtend hardlopen in het park."
- "Hardlopen is een goedkope sport die je overal kunt doen."
Idiomen
- • Harder lopen dan de benen lang zijn
- • Van stapel lopen
Vervoeging van hardlopen
| Ik (nu) | hardloop |
| Hij/zij (nu) | hardloopt |
| Wij (nu) | hardlopen |
| Verleden tijd | hardliep |
| Voltooid deelw. | hardgelopen |
| Hulpwerkwoord | hebben / zijn |
Veelgestelde vragen over hardlopen
- Wat betekent hardlopen?
- snel lopen als sport of training
- Op welk taalniveau hoort hardlopen?
- Het woord hardlopen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van hardlopen?
- Synoniemen van hardlopen zijn: joggen, rennen.
- Hoe vervoeg je hardlopen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je hardlopen als volgt: ik hardloop, hij/zij hardloopt, wij hardlopen.
- Wat is de verleden tijd van hardlopen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van hardlopen is: hardliep.
- Wat is het voltooid deelwoord van hardlopen?
- Het voltooid deelwoord van hardlopen is: hardgelopen.
- Gebruik je hebben of zijn bij hardlopen?
- Bij hardlopen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben / zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij hardlopen
kamperen
werkwoord
buiten overnachten in een tent of camper
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band