Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    kamperen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    buiten overnachten in een tent of camper

    Voorbeeldzinnen met het woord kamperen

    • "Ze gaan kamperen in de Ardennen."
    • "Hij slaapt graag in een tent bij het kamperen."

    Synoniemen van kamperen

    Idiomen

    • • Onder de blote hemel slapen

    Vervoeging van kamperen

    Ik (nu) kampeer
    Hij/zij (nu) kampeert
    Wij (nu) kamperen
    Verleden tijd kampeerde
    Voltooid deelw. gekampeerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over kamperen

    Wat betekent kamperen?
    buiten overnachten in een tent of camper
    Op welk taalniveau hoort kamperen?
    Het woord kamperen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van kamperen?
    Synoniemen van kamperen zijn: tenten.
    Hoe vervoeg je kamperen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je kamperen als volgt: ik kampeer, hij/zij kampeert, wij kamperen.
    Wat is de verleden tijd van kamperen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van kamperen is: kampeerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van kamperen?
    Het voltooid deelwoord van kamperen is: gekampeerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij kamperen?
    Bij kamperen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter