Was dit nuttig?
praten
werkwoord | Taalniveau: A1
woorden spreken; een gesprek voeren
Voorbeeldzinnen met het woord praten
- "Ze praten elke avond over hun dag."
- "Hij praat graag met zijn buren."
Synoniemen van praten
Idiomen
- • Praten als Brugman
- • Ergens omheen praten
Vervoeging van praten
| Ik (nu) | praat |
| Hij/zij (nu) | praat |
| Wij (nu) | praten |
| Verleden tijd | praatte |
| Voltooid deelw. | gepraat |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over praten
- Wat betekent praten?
- woorden spreken; een gesprek voeren
- Op welk taalniveau hoort praten?
- Het woord praten hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van praten?
- Synoniemen van praten zijn: spreken, communiceren, converseren.
- Hoe vervoeg je praten in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je praten als volgt: ik praat, hij/zij praat, wij praten.
- Wat is de verleden tijd van praten?
- De verleden tijd (enkelvoud) van praten is: praatte.
- Wat is het voltooid deelwoord van praten?
- Het voltooid deelwoord van praten is: gepraat.
- Gebruik je hebben of zijn bij praten?
- Bij praten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij praten
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen