Was dit nuttig?
zeggen
werkwoord | Taalniveau: A1
iets uitspreken of meedelen in woorden
Voorbeeldzinnen met het woord zeggen
- "Ze zei dat ze morgen niet kon komen."
- "Wat wil je daarmee zeggen?"
Synoniemen van zeggen
Idiomen
- • Dat zegt me niets
- • Dat zegt genoeg
- • Tussen de regels lezen
Vervoeging van zeggen
| Ik (nu) | zeg |
| Hij/zij (nu) | zegt |
| Wij (nu) | zeggen |
| Verleden tijd | zei |
| Voltooid deelw. | gezegd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over zeggen
- Wat betekent zeggen?
- iets uitspreken of meedelen in woorden
- Op welk taalniveau hoort zeggen?
- Het woord zeggen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zeggen?
- Synoniemen van zeggen zijn: vertellen, meedelen, uitspreken.
- Hoe vervoeg je zeggen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je zeggen als volgt: ik zeg, hij/zij zegt, wij zeggen.
- Wat is de verleden tijd van zeggen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van zeggen is: zei.
- Wat is het voltooid deelwoord van zeggen?
- Het voltooid deelwoord van zeggen is: gezegd.
- Gebruik je hebben of zijn bij zeggen?
- Bij zeggen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zeggen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen