Was dit nuttig?
vertellen
werkwoord | Taalniveau: A1
iemand iets meedelen in woorden; een verhaal doen
Voorbeeldzinnen met het woord vertellen
- "Ze vertelde haar kinderen een sprookje."
- "Hij vertelde wat er was gebeurd."
Idiomen
- • Dat vertel je mij niet
- • Vertel mij wat
Vervoeging van vertellen
| Ik (nu) | vertel |
| Hij/zij (nu) | vertelt |
| Wij (nu) | vertellen |
| Verleden tijd | vertelde |
| Voltooid deelw. | verteld |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over vertellen
- Wat betekent vertellen?
- iemand iets meedelen in woorden; een verhaal doen
- Op welk taalniveau hoort vertellen?
- Het woord vertellen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vertellen?
- Synoniemen van vertellen zijn: zeggen, meedelen, verhalen.
- Hoe vervoeg je vertellen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je vertellen als volgt: ik vertel, hij/zij vertelt, wij vertellen.
- Wat is de verleden tijd van vertellen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van vertellen is: vertelde.
- Wat is het voltooid deelwoord van vertellen?
- Het voltooid deelwoord van vertellen is: verteld.
- Gebruik je hebben of zijn bij vertellen?
- Bij vertellen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vertellen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen