Was dit nuttig?
uitspreken
werkwoord | Taalniveau: B1
een woord of mening hardop zeggen
Voorbeeldzinnen met het woord uitspreken
- "Ze sprak haar zorgen uit in de vergadering."
- "Hij sprak het woord verkeerd uit."
Synoniemen van uitspreken
Idiomen
- • vrijuit je mening uitspreken
- • duidelijk uitspreken
Vervoeging van uitspreken
| Ik (nu) | ik spreek uit |
| Hij/zij (nu) | hij spreekt uit |
| Wij (nu) | wij spreken uit |
| Verleden tijd | sprak uit |
| Voltooid deelw. | uitgesproken |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over uitspreken
- Wat betekent uitspreken?
- een woord of mening hardop zeggen
- Op welk taalniveau hoort uitspreken?
- Het woord uitspreken hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van uitspreken?
- Synoniemen van uitspreken zijn: verwoorden, uiten, articuleren.
- Hoe vervoeg je uitspreken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitspreken als volgt: ik ik spreek uit, hij/zij hij spreekt uit, wij wij spreken uit.
- Wat is de verleden tijd van uitspreken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uitspreken is: sprak uit.
- Wat is het voltooid deelwoord van uitspreken?
- Het voltooid deelwoord van uitspreken is: uitgesproken.
- Gebruik je hebben of zijn bij uitspreken?
- Bij uitspreken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uitspreken
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje