Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uiten

    werkwoord | Taalniveau: B2

    gevoelens of gedachten kenbaar maken

    Voorbeeldzinnen met het woord uiten

    • "Ze uitte haar frustratie in een brief."
    • "Hij vond het moeilijk zijn gevoelens te uiten."

    Idiomen

    • • Zijn mening uiten
    • • Zijn ongenoegen uiten

    Vervoeging van uiten

    Ik (nu) ik uit
    Hij/zij (nu) hij/zij uit
    Wij (nu) wij uiten
    Verleden tijd uitte
    Voltooid deelw. geuit
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over uiten

    Wat betekent uiten?
    gevoelens of gedachten kenbaar maken
    Op welk taalniveau hoort uiten?
    Het woord uiten hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je uiten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uiten als volgt: ik ik uit, hij/zij hij/zij uit, wij wij uiten.
    Wat is de verleden tijd van uiten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uiten is: uitte.
    Wat is het voltooid deelwoord van uiten?
    Het voltooid deelwoord van uiten is: geuit.
    Gebruik je hebben of zijn bij uiten?
    Bij uiten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter