Was dit nuttig?
uiten
werkwoord | Taalniveau: B2
gevoelens of gedachten kenbaar maken
Voorbeeldzinnen met het woord uiten
- "Ze uitte haar frustratie in een brief."
- "Hij vond het moeilijk zijn gevoelens te uiten."
Idiomen
- • Zijn mening uiten
- • Zijn ongenoegen uiten
Vervoeging van uiten
| Ik (nu) | ik uit |
| Hij/zij (nu) | hij/zij uit |
| Wij (nu) | wij uiten |
| Verleden tijd | uitte |
| Voltooid deelw. | geuit |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over uiten
- Wat betekent uiten?
- gevoelens of gedachten kenbaar maken
- Op welk taalniveau hoort uiten?
- Het woord uiten hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je uiten in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uiten als volgt: ik ik uit, hij/zij hij/zij uit, wij wij uiten.
- Wat is de verleden tijd van uiten?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uiten is: uitte.
- Wat is het voltooid deelwoord van uiten?
- Het voltooid deelwoord van uiten is: geuit.
- Gebruik je hebben of zijn bij uiten?
- Bij uiten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uiten
liefhebben
werkwoord
diepe liefde voelen voor iemand
angstig
bijvoeglijk naamwoord
vol angst of vrees voor iets
blij
bijvoeglijk naamwoord
tevreden en gelukkig van geest
boos
bijvoeglijk naamwoord
kwaad of geïrriteerd vanwege iets wat als onrechtvaardig of …
deinnerlijke rust
zelfstandig naamwoord
een gevoel van diep en stil welzijn
deeigenwaarde
zelfstandig naamwoord
het gevoel de moeite waard te zijn