Was dit nuttig?
boos
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: A1
kwaad of geïrriteerd vanwege iets wat als onrechtvaardig of vervelend wordt ervaren
Voorbeeldzinnen met het woord boos
- "Hij werd boos omdat zijn broer zijn speelgoed kapot had gemaakt."
- "Ze probeert niet boos te worden als iets niet lukt."
Synoniemen van boos
Idiomen
- • Zo boos als een horzel
- • Boos worden als een beer
Veelgestelde vragen over boos
- Wat betekent boos?
- kwaad of geïrriteerd vanwege iets wat als onrechtvaardig of vervelend wordt ervaren
- Op welk taalniveau hoort boos?
- Het woord boos hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van boos?
- Synoniemen van boos zijn: kwaad, woedend, geïrriteerd.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij boos
angstig
bijvoeglijk naamwoord
vol angst of vrees voor iets
blij
bijvoeglijk naamwoord
tevreden en gelukkig van geest
deinnerlijke rust
zelfstandig naamwoord
een gevoel van diep en stil welzijn
deeigenwaarde
zelfstandig naamwoord
het gevoel de moeite waard te zijn
deapathie
zelfstandig naamwoord
gevoel van onverschilligheid en gebrek aan motivatie
defrustratie
zelfstandig naamwoord
gevoel van onmacht en teleurstelling