Was dit nuttig?
deboot
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het bootje
Vaartuig dat over water beweegt
Voorbeeldzinnen met het woord boot
- "We nemen de boot naar het eiland."
- "De boot vaart om tien uur."
- "Ze maakt een tocht met de boot."
Idiomen
- • In hetzelfde schuitje zitten
Veelgestelde vragen over boot
- Wat betekent boot?
- Vaartuig dat over water beweegt
- Op welk taalniveau hoort boot?
- Het woord boot hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van boot?
- Synoniemen van boot zijn: schip, vaartuig, veer.
- Is boot een de-woord of het-woord?
- Boot is een de-woord: de boot.
- Wat is het verkleinwoord van boot?
- Het verkleinwoord van boot is: het het bootje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij boot
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto