Was dit nuttig?
hetschip
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: A1
groot vaartuig voor water
Voorbeeldzinnen met het woord schip
- "Het grote schip voer de haven in."
- "Ze reizen met het schip naar Engeland."
Idiomen
- • Het schip ingaan
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: C1
de middelste en grootste ruimte van een kerk tussen ingang en koor
Voorbeeldzinnen met het woord schip
- "De kerkgangers namen plaats in het schip van de gotische kathedraal."
- "Het schip van de basiliek was twaalf meter hoog en adembenemend."
Synoniemen van schip
Idiomen
- • Het schip ingaan
Veelgestelde vragen over schip
- Wat betekent schip?
- groot vaartuig voor water
- Op welk taalniveau hoort schip?
- Het woord schip hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van schip?
- Synoniemen van schip zijn: boot, vaartuig.
- Is schip een de-woord of het-woord?
- Schip is een het-woord: het schip.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij schip
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto