Was dit nuttig?
deschoen
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
Beschermend omhulsel voor de voet, gemaakt van leer of andere materialen
Voorbeeldzinnen met het woord schoen
- "Ze koopt nieuwe schoenen voor de bruiloft."
- "Doe je schoenen uit bij de deur."
- "Hij draagt zwarte schoenen."
Idiomen
- • De schoen past
- • In iemands schoenen staan
Veelgestelde vragen over schoen
- Wat betekent schoen?
- Beschermend omhulsel voor de voet, gemaakt van leer of andere materialen
- Op welk taalniveau hoort schoen?
- Het woord schoen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van schoen?
- Synoniemen van schoen zijn: laars, sneaker.
- Is schoen een de-woord of het-woord?
- Schoen is een de-woord: de schoen.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij schoen
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
dejas
zelfstandig naamwoord
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
dejeans
zelfstandig naamwoord
broek gemaakt van spijkerstof (denim)
hetboord
zelfstandig naamwoord
de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw