Was dit nuttig?
dejas
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het jasje
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
Voorbeeldzinnen met het woord jas
- "Hang je jas aan de kapstok."
- "Ze heeft een nieuwe winterjas gekocht."
- "Doe je jas aan, het is koud buiten."
Idiomen
- • Een jas aantrekken
Veelgestelde vragen over jas
- Wat betekent jas?
- Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
- Op welk taalniveau hoort jas?
- Het woord jas hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van jas?
- Synoniemen van jas zijn: mantel, overjas.
- Is jas een de-woord of het-woord?
- Jas is een de-woord: de jas.
- Wat is het verkleinwoord van jas?
- Het verkleinwoord van jas is: het het jasje.
Gerelateerde woorden bij jas
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
dejeans
zelfstandig naamwoord
broek gemaakt van spijkerstof (denim)
hetboord
zelfstandig naamwoord
de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw
dekous
zelfstandig naamwoord
dun kousenmateriaal voor de voeten en benen, dunner dan een …