Was dit nuttig?
hetboord
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw
Voorbeeldzinnen met het woord boord
- "Het witte boord van zijn overhemd was gestreken."
- "Ze vouwen het boord van de jurk netjes om."
Idiomen
- • aan boord gaan
- • overboord slaan
Veelgestelde vragen over boord
- Wat betekent boord?
- de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw
- Op welk taalniveau hoort boord?
- Het woord boord hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van boord?
- Synoniemen van boord zijn: kraag, rand.
- Is boord een de-woord of het-woord?
- Boord is een het-woord: het boord.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij boord
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
dejas
zelfstandig naamwoord
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
dejeans
zelfstandig naamwoord
broek gemaakt van spijkerstof (denim)
dekous
zelfstandig naamwoord
dun kousenmateriaal voor de voeten en benen, dunner dan een …
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen