Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uitgaan

    werkwoord | Taalniveau: A2

    de deur uit gaan voor vermaak of sociale activiteiten

    Voorbeeldzinnen met het woord uitgaan

    • "Ze ging elke vrijdag uit met haar vriendinnen."
    • "Hij ging uit eten met zijn collega."

    Synoniemen van uitgaan

    Idiomen

    • • ervan uitgaan dat

    Vervoeging van uitgaan

    Ik (nu) ik ga uit
    Hij/zij (nu) hij gaat uit
    Wij (nu) wij gaan uit
    Verleden tijd ging uit
    Voltooid deelw. uitgegaan
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over uitgaan

    Wat betekent uitgaan?
    de deur uit gaan voor vermaak of sociale activiteiten
    Op welk taalniveau hoort uitgaan?
    Het woord uitgaan hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van uitgaan?
    Synoniemen van uitgaan zijn: eruit gaan, weggaan, stappen.
    Hoe vervoeg je uitgaan in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitgaan als volgt: ik ik ga uit, hij/zij hij gaat uit, wij wij gaan uit.
    Wat is de verleden tijd van uitgaan?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uitgaan is: ging uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uitgaan?
    Het voltooid deelwoord van uitgaan is: uitgegaan.
    Gebruik je hebben of zijn bij uitgaan?
    Bij uitgaan gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter