Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    slapen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed

    Voorbeeldzinnen met het woord slapen

    • "Ik ga om tien uur slapen."
    • "De baby slaapt al twee uur."
    • "Heb je goed geslapen?"

    Synoniemen van slapen

    Idiomen

    • • Slapen als een roos
    • • Niet kunnen slapen

    Vervoeging van slapen

    Ik (nu) slaap
    Hij/zij (nu) slaapt
    Wij (nu) slapen
    Verleden tijd sliep
    Voltooid deelw. geslapen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over slapen

    Wat betekent slapen?
    Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
    Op welk taalniveau hoort slapen?
    Het woord slapen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van slapen?
    Synoniemen van slapen zijn: rusten.
    Hoe vervoeg je slapen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je slapen als volgt: ik slaap, hij/zij slaapt, wij slapen.
    Wat is de verleden tijd van slapen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van slapen is: sliep.
    Wat is het voltooid deelwoord van slapen?
    Het voltooid deelwoord van slapen is: geslapen.
    Gebruik je hebben of zijn bij slapen?
    Bij slapen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter