Was dit nuttig?
wandelen
werkwoord | Taalniveau: A1
Rustig lopen voor ontspanning.
Voorbeeldzinnen met het woord wandelen
- "Ik wandel graag in het bos."
- "We gingen samen wandelen."
- "Wandelen is gezond."
Idiomen
- • Iemand laten wandelen
- • Door het leven wandelen
Vervoeging van wandelen
| Ik (nu) | wandel |
| Hij/zij (nu) | wandelt |
| Wij (nu) | wandelen |
| Verleden tijd | wandelde |
| Voltooid deelw. | gewandeld |
| Hulpwerkwoord | hebben/zijn |
Veelgestelde vragen over wandelen
- Wat betekent wandelen?
- Rustig lopen voor ontspanning.
- Op welk taalniveau hoort wandelen?
- Het woord wandelen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van wandelen?
- Synoniemen van wandelen zijn: lopen, stappen.
- Hoe vervoeg je wandelen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je wandelen als volgt: ik wandel, hij/zij wandelt, wij wandelen.
- Wat is de verleden tijd van wandelen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van wandelen is: wandelde.
- Wat is het voltooid deelwoord van wandelen?
- Het voltooid deelwoord van wandelen is: gewandeld.
- Gebruik je hebben of zijn bij wandelen?
- Bij wandelen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben/zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij wandelen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is