Was dit nuttig?
weggaan
werkwoord | Taalniveau: A1
een plek verlaten en ervan wegbewegen
Voorbeeldzinnen met het woord weggaan
- "Ze ging weg na een kort bezoek."
- "Hij ging weg zonder een woord te zeggen."
Synoniemen van weggaan
Idiomen
- • de benen nemen
- • er vandoor gaan
Vervoeging van weggaan
| Ik (nu) | ik ga weg |
| Hij/zij (nu) | hij gaat weg |
| Wij (nu) | wij gaan weg |
| Verleden tijd | ging weg |
| Voltooid deelw. | weggegaan |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over weggaan
- Wat betekent weggaan?
- een plek verlaten en ervan wegbewegen
- Op welk taalniveau hoort weggaan?
- Het woord weggaan hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van weggaan?
- Synoniemen van weggaan zijn: vertrekken, heengaan, afreizen.
- Hoe vervoeg je weggaan in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je weggaan als volgt: ik ik ga weg, hij/zij hij gaat weg, wij wij gaan weg.
- Wat is de verleden tijd van weggaan?
- De verleden tijd (enkelvoud) van weggaan is: ging weg.
- Wat is het voltooid deelwoord van weggaan?
- Het voltooid deelwoord van weggaan is: weggegaan.
- Gebruik je hebben of zijn bij weggaan?
- Bij weggaan gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij weggaan
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders