Was dit nuttig?
vertrekken
werkwoord | Taalniveau: A1
weggaan van een plek; een reis beginnen
Voorbeeldzinnen met het woord vertrekken
- "De trein vertrekt om half negen."
- "Ze vertrok vroeg om de file te vermijden."
Idiomen
- • Met de noorderzon vertrekken
- • Zijn biezen pakken
Vervoeging van vertrekken
| Ik (nu) | vertrek |
| Hij/zij (nu) | vertrekt |
| Wij (nu) | vertrekken |
| Verleden tijd | vertrok |
| Voltooid deelw. | vertrokken |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over vertrekken
- Wat betekent vertrekken?
- weggaan van een plek; een reis beginnen
- Op welk taalniveau hoort vertrekken?
- Het woord vertrekken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vertrekken?
- Synoniemen van vertrekken zijn: weggaan, afreizen, gaan.
- Hoe vervoeg je vertrekken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je vertrekken als volgt: ik vertrek, hij/zij vertrekt, wij vertrekken.
- Wat is de verleden tijd van vertrekken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van vertrekken is: vertrok.
- Wat is het voltooid deelwoord van vertrekken?
- Het voltooid deelwoord van vertrekken is: vertrokken.
- Gebruik je hebben of zijn bij vertrekken?
- Bij vertrekken gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vertrekken
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen