Was dit nuttig?
uitdossen
werkwoord | Taalniveau: B2
iemand of zichzelf feestelijk of overdreven kleden
Voorbeeldzinnen met het woord uitdossen
- "De kinderen dossen zich altijd prachtig uit voor het carnaval."
- "Ze was uitgedost in de meest kleurrijke kleding die je je kunt voorstellen."
Idiomen
- • in vol ornaat uitgedost (volledig en feestelijk gekleed)
Vervoeging van uitdossen
| Ik (nu) | ik dos uit |
| Hij/zij (nu) | hij dost uit |
| Wij (nu) | wij dossen uit |
| Verleden tijd | doste uit |
| Voltooid deelw. | uitgedost |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over uitdossen
- Wat betekent uitdossen?
- iemand of zichzelf feestelijk of overdreven kleden
- Op welk taalniveau hoort uitdossen?
- Het woord uitdossen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van uitdossen?
- Synoniemen van uitdossen zijn: opmaken, kleden, tooien.
- Hoe vervoeg je uitdossen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitdossen als volgt: ik ik dos uit, hij/zij hij dost uit, wij wij dossen uit.
- Wat is de verleden tijd van uitdossen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uitdossen is: doste uit.
- Wat is het voltooid deelwoord van uitdossen?
- Het voltooid deelwoord van uitdossen is: uitgedost.
- Gebruik je hebben of zijn bij uitdossen?
- Bij uitdossen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uitdossen
trendy
bijvoeglijk naamwoord
in overeenstemming met de nieuwste mode of trends; modebewus…
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
hetboord
zelfstandig naamwoord
de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw
dejas
zelfstandig naamwoord
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is