Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    kleden

    werkwoord | Taalniveau: A1

    kleren aantrekken

    Voorbeeldzinnen met het woord kleden

    • "Hij kleedt zich snel aan voordat hij naar school gaat."
    • "Ze kleedt haar kind aan."

    Synoniemen van kleden

    Idiomen

    • • zich van top tot teen kleden
    • • gekleed voor de gelegenheid

    Vervoeging van kleden

    Ik (nu) kleed
    Hij/zij (nu) kleedt
    Wij (nu) kleden
    Verleden tijd kleedde
    Voltooid deelw. gekleed
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over kleden

    Wat betekent kleden?
    kleren aantrekken
    Op welk taalniveau hoort kleden?
    Het woord kleden hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van kleden?
    Synoniemen van kleden zijn: aankleden, aandoen.
    Hoe vervoeg je kleden in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je kleden als volgt: ik kleed, hij/zij kleedt, wij kleden.
    Wat is de verleden tijd van kleden?
    De verleden tijd (enkelvoud) van kleden is: kleedde.
    Wat is het voltooid deelwoord van kleden?
    Het voltooid deelwoord van kleden is: gekleed.
    Gebruik je hebben of zijn bij kleden?
    Bij kleden gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter