Was dit nuttig?
hetzegel
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een officieel stempel of een postzegel
Voorbeeldzinnen met het woord zegel
- "Ze plakte een zegel op de brief."
- "Het zegel van de notaris bevestigde de echtheid."
Idiomen
- • zijn zegel zetten op iets
Veelgestelde vragen over zegel
- Wat betekent zegel?
- een officieel stempel of een postzegel
- Op welk taalniveau hoort zegel?
- Het woord zegel hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zegel?
- Synoniemen van zegel zijn: stempel, postzegel.
- Is zegel een de-woord of het-woord?
- Zegel is een het-woord: het zegel.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zegel
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen