Was dit nuttig?
treffen
werkwoord | Taalniveau: B1
iemand tegenkomen of ergens mee worden geraakt
Voorbeeldzinnen met het woord treffen
- "Ze troffen elkaar toevallig in de supermarkt."
- "Het nieuws trof hem hard."
Synoniemen van treffen
Idiomen
- • raak treffen
Vervoeging van treffen
| Ik (nu) | ik tref |
| Hij/zij (nu) | hij treft |
| Wij (nu) | wij treffen |
| Verleden tijd | trof |
| Voltooid deelw. | getroffen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over treffen
- Wat betekent treffen?
- iemand tegenkomen of ergens mee worden geraakt
- Op welk taalniveau hoort treffen?
- Het woord treffen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van treffen?
- Synoniemen van treffen zijn: tegenkomen, raken, ontmoeten.
- Hoe vervoeg je treffen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je treffen als volgt: ik ik tref, hij/zij hij treft, wij wij treffen.
- Wat is de verleden tijd van treffen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van treffen is: trof.
- Wat is het voltooid deelwoord van treffen?
- Het voltooid deelwoord van treffen is: getroffen.
- Gebruik je hebben of zijn bij treffen?
- Bij treffen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij treffen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje