Was dit nuttig?
beslissen
werkwoord | Taalniveau: B1
een definitieve keuze maken
Voorbeeldzinnen met het woord beslissen
- "Ze beslist morgen over het aanbod."
- "Hij besliste om te verhuizen naar Amsterdam."
Synoniemen van beslissen
Idiomen
- • de knoop doorhakken
- • definitief beslissen
Vervoeging van beslissen
| Ik (nu) | ik beslis |
| Hij/zij (nu) | hij beslist |
| Wij (nu) | wij beslissen |
| Verleden tijd | besliste |
| Voltooid deelw. | beslist |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over beslissen
- Wat betekent beslissen?
- een definitieve keuze maken
- Op welk taalniveau hoort beslissen?
- Het woord beslissen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van beslissen?
- Synoniemen van beslissen zijn: beslissen.
- Hoe vervoeg je beslissen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je beslissen als volgt: ik ik beslis, hij/zij hij beslist, wij wij beslissen.
- Wat is de verleden tijd van beslissen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van beslissen is: besliste.
- Wat is het voltooid deelwoord van beslissen?
- Het voltooid deelwoord van beslissen is: beslist.
- Gebruik je hebben of zijn bij beslissen?
- Bij beslissen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij beslissen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje