Was dit nuttig?
voorbereiden
werkwoord | Taalniveau: B2
zich of iets gereedmaken voor een taak of gebeurtenis
Voorbeeldzinnen met het woord voorbereiden
- "Ze bereidde haar presentatie grondig voor."
- "Hij bereidde zich voor op het examen."
Synoniemen van voorbereiden
Idiomen
- • Zich tot in de puntjes voorbereiden
- • Op het ergste voorbereiden
Vervoeging van voorbereiden
| Ik (nu) | ik bereid voor |
| Hij/zij (nu) | hij bereidt voor |
| Wij (nu) | wij bereiden voor |
| Verleden tijd | bereidde voor |
| Voltooid deelw. | voorbereid |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over voorbereiden
- Wat betekent voorbereiden?
- zich of iets gereedmaken voor een taak of gebeurtenis
- Op welk taalniveau hoort voorbereiden?
- Het woord voorbereiden hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van voorbereiden?
- Synoniemen van voorbereiden zijn: klaarmaken, gereedmaken, plannen.
- Hoe vervoeg je voorbereiden in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je voorbereiden als volgt: ik ik bereid voor, hij/zij hij bereidt voor, wij wij bereiden voor.
- Wat is de verleden tijd van voorbereiden?
- De verleden tijd (enkelvoud) van voorbereiden is: bereidde voor.
- Wat is het voltooid deelwoord van voorbereiden?
- Het voltooid deelwoord van voorbereiden is: voorbereid.
- Gebruik je hebben of zijn bij voorbereiden?
- Bij voorbereiden gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij voorbereiden
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen