Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    plannen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    iets van tevoren bedenken en organiseren

    Voorbeeldzinnen met het woord plannen

    • "Ze plande haar vakantie ver van tevoren."
    • "Hij planned zijn week zorgvuldig."

    Synoniemen van plannen

    Idiomen

    • • vooruit plannen
    • • plannen maken

    Vervoeging van plannen

    Ik (nu) plan
    Hij/zij (nu) plant
    Wij (nu) plannen
    Verleden tijd plande
    Voltooid deelw. gepland
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over plannen

    Wat betekent plannen?
    iets van tevoren bedenken en organiseren
    Op welk taalniveau hoort plannen?
    Het woord plannen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van plannen?
    Synoniemen van plannen zijn: organiseren, inplannen.
    Hoe vervoeg je plannen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je plannen als volgt: ik plan, hij/zij plant, wij plannen.
    Wat is de verleden tijd van plannen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van plannen is: plande.
    Wat is het voltooid deelwoord van plannen?
    Het voltooid deelwoord van plannen is: gepland.
    Gebruik je hebben of zijn bij plannen?
    Bij plannen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter