Was dit nuttig?
organiseren
werkwoord | Taalniveau: B1
een activiteit regelen en coördineren
Voorbeeldzinnen met het woord organiseren
- "Ze organiseerde een groot verjaardagsfeest."
- "Hij organiseerde de oudejaarsavond."
Idiomen
- • de touwtjes in handen nemen
Vervoeging van organiseren
| Ik (nu) | ik organiseer |
| Hij/zij (nu) | hij/zij organiseert |
| Wij (nu) | wij organiseren |
| Verleden tijd | organiseerde |
| Voltooid deelw. | georganiseerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over organiseren
- Wat betekent organiseren?
- een activiteit regelen en coördineren
- Op welk taalniveau hoort organiseren?
- Het woord organiseren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je organiseren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je organiseren als volgt: ik ik organiseer, hij/zij hij/zij organiseert, wij wij organiseren.
- Wat is de verleden tijd van organiseren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van organiseren is: organiseerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van organiseren?
- Het voltooid deelwoord van organiseren is: georganiseerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij organiseren?
- Bij organiseren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij organiseren
blaffen
werkwoord
vuurwerk afsteken
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt