Was dit nuttig?
hetorgel
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een groot muziekinstrument met pijpen of elektrische klanken en toetsen
Voorbeeldzinnen met het woord orgel
- "In de kerk stond een groot orgel."
- "De organist speelde een prachtig stuk op het orgel."
Veelgestelde vragen over orgel
- Wat betekent orgel?
- een groot muziekinstrument met pijpen of elektrische klanken en toetsen
- Op welk taalniveau hoort orgel?
- Het woord orgel hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van orgel?
- Synoniemen van orgel zijn: kerkorgel, pijporgel.
- Is orgel een de-woord of het-woord?
- Orgel is een het-woord: het orgel.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij orgel
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
deambitie
zelfstandig naamwoord
een sterke wens om iets te bereiken
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen