Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    oriënteren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    de eigen positie bepalen in de ruimte of kennismaken met een situatie

    Voorbeeldzinnen met het woord oriënteren

    • "Na aankomst in de stad namen we de tijd om ons te oriënteren."
    • "Ze oriënteerde zich op de arbeidsmarkt voordat ze solliciteerde."

    Synoniemen van oriënteren

    Idiomen

    • • zich oriënteren op iets (informatie verzamelen over een richting of keuze)

    Vervoeging van oriënteren

    Ik (nu) oriënteer
    Hij/zij (nu) oriënteert
    Wij (nu) oriënteren
    Verleden tijd oriënteerde
    Voltooid deelw. georiënteerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over oriënteren

    Wat betekent oriënteren?
    de eigen positie bepalen in de ruimte of kennismaken met een situatie
    Op welk taalniveau hoort oriënteren?
    Het woord oriënteren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van oriënteren?
    Synoniemen van oriënteren zijn: positioneren, de weg vinden, verkennen.
    Hoe vervoeg je oriënteren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je oriënteren als volgt: ik oriënteer, hij/zij oriënteert, wij oriënteren.
    Wat is de verleden tijd van oriënteren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van oriënteren is: oriënteerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van oriënteren?
    Het voltooid deelwoord van oriënteren is: georiënteerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij oriënteren?
    Bij oriënteren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter