Was dit nuttig?
voorbijrijden
werkwoord | Taalniveau: A2
langs iemand of iets rijden zonder te stoppen
Voorbeeldzinnen met het woord voorbijrijden
- "Ze rijdt voorbij het tankstation."
- "De ambulance rijdt voorbij met sirene aan."
Idiomen
- • langs de bestemming voorbijrijden
Vervoeging van voorbijrijden
| Ik (nu) | ik rijd voorbij |
| Hij/zij (nu) | hij/zij rijdt voorbij |
| Wij (nu) | wij rijden voorbij |
| Verleden tijd | reed voorbij |
| Voltooid deelw. | voorbijgereden |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over voorbijrijden
- Wat betekent voorbijrijden?
- langs iemand of iets rijden zonder te stoppen
- Op welk taalniveau hoort voorbijrijden?
- Het woord voorbijrijden hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van voorbijrijden?
- Synoniemen van voorbijrijden zijn: passeren, rijden.
- Hoe vervoeg je voorbijrijden in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je voorbijrijden als volgt: ik ik rijd voorbij, hij/zij hij/zij rijdt voorbij, wij wij rijden voorbij.
- Wat is de verleden tijd van voorbijrijden?
- De verleden tijd (enkelvoud) van voorbijrijden is: reed voorbij.
- Wat is het voltooid deelwoord van voorbijrijden?
- Het voltooid deelwoord van voorbijrijden is: voorbijgereden.
- Gebruik je hebben of zijn bij voorbijrijden?
- Bij voorbijrijden gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij voorbijrijden
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
stipt
bijvoeglijk naamwoord
precies op tijd, zonder vertraging
vol
bijvoeglijk naamwoord
met geen vrije plaatsen meer, volledig bezet
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
druk
bijvoeglijk naamwoord
met veel verkeer of mensen aanwezig
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen